vrijdag 23 januari 2009

Kan iedereen eventjes rechts zitten en naar rechts leunen aub?

Hola jovensitos,

heb er een ferme lap opgegeven. Gevolg: bijna 2 weken blog in te halen. Joepie.

10 januari

Na zware trip ben ik terug in Peru beland. Heb niet veel gedaan. Gechild, ge-internet en beetje rondgewandeld in Cuzco. Op de bus had ik Carol, een Franse en Daniel, een Colombiaan ontmoet en samen logeren we in Hostal Familiar. Vrij toevallig want we waren naar iets anders op zoek. We werden binnengeroepen en het dingske charmeerde ons. Heel klein, beetje chambre d'haute -achtig.

Peru, dat is toch anders dan Bolivië, soms in positieve zin, soms in negatieve zin. Wat duidelijk veel beter is in Peru, dat is het eten. Ongelooflijk hoe lekker je hier eet. Ik eet bijna altijd nen 'menu del dia'. Dat is een soep waarin je kunt verdrinken, gevolgd door ne lekkere hoofdpla en een soort sap om te drinken. Dat alles voor 3-4-5 soles, ongeveer nen euro. Ook de mensen zijn hier vriendelijker dan in Bolivië. Niet dat ze in Bolivië onvriendelijk zijn, maar ze zijn er wel veel meer gesloten tegenover gringo's.

Wat is er in Bolivië beter? Eerst en vooral de prijzen. Ook is Bolivië veel meer avontuur. Oude bussen, slechte wegen, ... voor velen een nachtmerrie, maar ik heb nie liever. Ook geen toeristentoers, geen gidsen met een vlaggetje met erachter een kudde witte kuiten in bermuda. Peru is op vele vlakken een jaar of 10 voor, toch raar als je weet dat beide landen vrij vergelijkbaar zijn.

11 januari

Met Carol de ruïnes van Pisac gaan bezoeken. Mooie terrassen, mooie ruïnes. Twas zondag en daardoor ook marktdag in Pisac. Gevolg: toerbussen, ai ai. We kwamen net op hetzelfde moment toe. Dan maar gechild en hopla, na een half uur waren de toerbussen door de ruïnes gerusht. Roepend, gillend, poserend...Daarna hadden we de plek bijna voor ons alleen.Te voet naar beneden gegaan naar het marktje. Dat was een beetje een ontgoocheling, weinig authentiek.

Op de terugweg richting Cuzco uitgestapt in Qen'qo. Inca-ruïnes maar we snapten er niet veel van. Dan te voet tot bij Shaqsawaman (mis geschreven, spreek uit: sexy woman), deze ruïnes waren wel de moeite. Typisch aan de inca-architectuur is dat ze geen voegen gebruikten. Alle stenen passen perfect op elkaar. Ongelooflijk, stenen van meer dan 100 ton en ge kunt er echt wel geen naald tussen krijgen. Voor ne keer ne geposeerde foto, omdat je dan de grote van de stenen kan vergelijken met ons.12 januari

Normaal zou ik met Daniel een trekking doen van 4 dagen naar Machu Picchu, maar dat is afgelast. Den Daniel was aan het wachten op geld van zijn broer, maar het kwam niet. Hij is dan maar vertrokken met de noorderzon, hij liet enkel een tekening en zijn email achter. Ik denk dat hij terug naar huis is, na 7 jaar mag dat wel. (wie hoor ik nog klagen als ik eens 3 maand weg ben?)

Alleen zag ik de trekking niet zitten. Het is regenseizoen en het weer in de bergen is vrij onstabiel. Dan maar andere optie genomen op goedkoop naar Machu Picchu te gaan. Machu Picchu en goedkoop, dat is een moeilijke combinatie. Je moet namelijk weten dat je er niet volledig kan geraken over de weg. De enige echte verbinding is de trein. Door hun monopolie is die treinverbinding echter super duur. Het moet ongeveer de duurste trein ter wereld zijn. Prijzen ben ik weer vergeten, maar een retourtje van enkele uren kost je toch minimum 60 euro denk ik. Dat is hier een fortuin. De Peruanen zelf zijn er ook kwaad om, ik hoorde verhalen van hoe ze de trein soms bestenigen.

Nog liever 1 of 2 dagen tsjolen dan zo'n afzetters te steunen. Om 8u smorgens vertrok onze collectivo richting Santa Maria. Al snel enkele anderen ontmoet die hetzelfde gingen proberen. De rit ging over een pas van 4700m, spectaculair. In Santa Maria hadden we veel geluk, we hadden direct een andere collectivo richting Santa Teresa en dan verder naar de 'hidro-electrico', het dichtste punt waar je via de wegen kan geraken. De rit was spectaculair op een aardeweg door de bergen. Op een bepaald moment hebben we een U-bocht, met de ravijn in ons midden. Het wegje is zodanig smal dat hij met zijn achterwiel van het wegje dreigt te gaan bij het uitgaan van de bocht. De chauffeur stopt. "¿Kan iedereen ne keer rechts op elkaar gaan zitten en naar rechts leunen?" Jezus Christus, Maria Jozef en Allah Akbar!! 2 seconden later, de spannendste van mijn leven, waren we door den bocht en we stonden nog altijd op de weg. Fioew.
Beetje verder moesten we nog met de helft uitstappen om over een brugje te kunnen. Dat deed ik met plezier. Ook nog 2 keer spiegeltje-tik gedaan bij het kruisen met andere collectivo's. Mensenlief, toch ongelooflijk dat je zo'n toeren moet uithalen om naar 1 van de beroemdste plekken ter wereld te gaan.

Uiteindelijk waren we rond16u bij de hidro-electrico. Vandaar moesten we nog 2 uur te voet over de treinsporen tot bij Aguas Calientes, het dorp aan de voet van Machu Picchu.We waren met een tof bendeke van op de collectivo. Chilenen, Spanjaarden, nen Ecuadoriaanse Hollander, nen Filipijnsen Brit en Manu, ne geflipte Portugese Fransman. Aguas Calientes is het meest toeristische dorp dat ik ooit gezien heb. Er is waarschijnlijk niet 1 iemand die zijn geld niet verdient in het toerisme.

13 januari

Met ons bendeke om 4u30 opgestaan om te voet naar boven te gaan. Manu en ik lieten de rest achter, twas belangrijk dat we om 6u boven waren om voor de bussen te zijn. Heel mooie wandeling door de weelderige jungle-vegetatie. We waren net iets te laat boven, twas al een drukte van jewelste. Mijn studentenkaart van vorig jaar doet hier wonderen in Peru. Binnengeraakt voor 15 euro ipv 30 euro.Eens binnen direct naar de typische foto-plek gegaan want de wolken waren aan het klimmen over de site. Dan naar Wayna Picchu gegaan. Das den berg die je achter Machu Picchu ziet liggen op de foto. Slechts de eerste 400 mogen erop. We waren op tijd. Na aanschuiven konden we den top beklimmen, 1 uur naar boven over een ferm steil paadje. Toen we boven waren zagen we niets buiten wolken. Potverdikke. Dan maar een tijdje goe gechild met Manu en na een uur trokken ze de gordijnen open. Woehoe!
Machu Picchu zou de vorm van een condor moeten hebben. Tja, dat zeggen ze hier bij elke toeristische plek. Na een tijdje op het gemak naar beneden gegaan en dan rondgetsjoold op de site. Gans den dag, op het gemak. Al bij al geluk gehad met het weer, want weinig regen en wolken. Ik heb verhalen gehoord van mensen die bijna niets konden zien op Machu Picchu, saaike. 14 januari

Om 6u opgestaan, dat was geen probleem want gisteren om 20u in slaap gevallen, Manu al om 18u30. In plaats van dezelfde we terug te keren naar Cuzco had ik een ander plan. We konden langs de andere kant van de treinsporen verder wandelen, dat wel voor 29km lang. Tot kilometerpunt 82, het eerste punt waar er weer wegen waren. Manu vond alles altijd goe, dus hij ging mee. Na 2km begon hij echter eens te denken en hij realiseerde zich dat 29km wel ver was. Vooral voor iemand van wie de lijfleuze 'tranquille, tranquille' is.

Hij kreeg van mij een verbod om te klagen en hij leefde dat goed na. Twerd een zalige trip. Eindeloze stukken spoor door groene natuur en af en toe een tunnel. Gene trein moeten groeten in de tunnel, joepie. We kwamen zelfs redelijk wat volk tegen in het begin. Namelijk dragers van de Inca Trail die met ongelooflijke lasten vliegen over de sporen. De Inca Trail is de bekendste tocht van 4 dagen naar Machu Picchu. Wel geen spek voor onze bek, ge betaalt er ongeveer 400 dollar voor. Voor die prijs dragen ze u bij wijze van spreken wel over de paden...

Ook enkele verlaten ruïnes tegengekomen. Deze streek ligt werkelijk bezaaid met Incasporen. Elke kilometer stond er een bordje. Psychologisch heel goed dat de bordjes aftelden. Na 7 uren kwamen we rond 14u aan bij kilometerpunt 82. Manu dood, ik zo fris als het klimaat in België. We namen een collectivo richting Ollantaytambo. Ook daar liggen bekende ruïnes. Manu zocht een bed op terwijl ik die bezocht. Ook de moeite, 1 groot complex op 1 bergflank en 3 kleinere op de tegenoverliggende bergflank. De avond viel en dat gaf mooie beelden. 15 januari


Op de terugweg naar Cuzco lagen nog 2 interessante plekken. Groot probleem echter. Der waren overl wegblokkades van de boeren tegen de privatisering van het water. We zouden er niet geraken. Manu vond het heerlijk, een dag 'tranquille, tranquille' en lachte mij uit terwijl ik zocht naar een oplossing. Toch vond ik iemand die het met zijn busje ging proberen.

Na 2 kleinere blokkades omzeild te hebben, zaten we vast bij de derde. We waren echter op 5km van ons doel, geen probleem dus. Te voet door de bergen kwamen we bij de Salinas van Maras. Dat is een plek waar een zoutrijke waterbron is die van de berg afstroomt. Via duizenden bekkens doet men er aan zoutwinning, werkelijk prachtig beeld. Van hieruit zouden we te voet naar Moray gaan. Het pad was echter onduidelijk en Manu's voeten waren kapot. Heel veel geluk gehad want we kregen een lift van 2 Argentijnen. Martin en Vivyana zaten ook vast door de blokkades en hadden daardoor hun plannen gewijzigd. Bleek dat ze net zoals ons naar Moray wilden en dan terug naar Cuzco. Ideaal!
Moray is een plek waar de inca's een soort landbouwlaboratorium hadden. Elk niveau van de constructie heeft een ander microklimaat en zo experimenteerden ze met planten.
Vanuit Moray terug naar Cuzco maar dat ging niet vlot door de blokkades. De blokkades zijn ook gevaarlijk want auto's worden er vaak bestenigd. Uiteindelijk konden we Peruvianen volgen die de streek kenden door vreselijk slechte, maar vreselijk mooie wegjes. De Sacred Valley is een van de mooiste streken die ik ooit zag. Massa's kleine veldjes met op de achtergrond de besneeuwde andestoppen. Eens terug in Cuzco een pintje gaan drinken, vooral den Martin was liefhebber. (en ik ook een beetje) Savonds trakteerden de Argentijnen nog terug met eten, super vriendelijke mensen. Zonder hen hadden we zeker vastgezeten, want in gans de streek was die dag geen openbaar vervoer geweest.

16 januari

Nog een dagje Cuzco gedaan met bezoek aan enkele kerken en museums. Cuzco is echt mooi, vooral de wijk San Blas, vol kleine straatjes die heel steil oplopen. Bezoek aan Qorikancha was heel leuk. Dat is een soort klooster gebouwd op incamuren. Er was net een vlaamse groep. Ik sloot me stilletjes aan, twas eens leuk een gids te hebben. Ene had me rap door, hij stelde mij voor. Had de indruk dat velen meer geintresseerd waren in mijn verhaal dan dat van hun gids. 'Tis bij ons precies een schoolreis', kwam er ene klagen.

Smiddags ging ik naar Tipon, ongeveer een half uur met de collectivo. Op die plek heb je ruïnes, maar het dorpje is vooral gekend omdat je er goedkoop 'cuj' kunt eten. Cuj, of anders gezegd: cavia! Dat moet je hier eens geprobeerd hebben, vond ik. Ik vroeg of ik een kwekerij kon zien. Geen probleem. Mijn hartje kromp wel een beetje. Cavia's, tzien er toch lieve diertjes uit, niet echt iets om op te eten.
VOOR
NA
Twas een tegenvaller. Smaak op zich was niet slecht maar aan gans mijne cavia was er mss 10 gram vlees te vinden. Eigenlijk wel logisch als je een cavia bekijkt. De rest was vooral vel en ingewanden, niet echt mijn favoriete onderdelen van een dier.

17 januari

Vandaag gaan raften. Was zalig. Eerst een uitleg gekregen over alle technieken en commando's. Er waren in totaal 7 boten. Ik had geluk met de mijne, we hadden een goed team.

Het begon rustig, da mag ier wa meer zijn, dacht ik. En dat kwam. Klasse II, III en IV versnellingen, extra wild doordat er meer water is in het regenseizoen. Niemand viel er uit. Op bepaalde plekken ging onze kapitein met opzet verkeerd in de versnelling. Via noodtechnieken die we geleerd hadden, konden we beletten dat ons bootje kantelde. Op het einde ook nog bodyrafting gedaan. Das simpel: in een versnelling zonder rotsen het water inspringen. Voeten vooruit, op de rug en water slikken...Na het raften nog veel te koude sauna en eten in het basiskamp en om 17u30 waren we terug in Cuzco. Geen second te laat want had om 19u30 mijn bus naar Ayacucho.

18 januari

In Ayacucho werkt Sara, een kinevriendin, een jaar als vrijwilligster. Ze is wel ver weggekropen. Maar liefst 23uur bussen. Daarvan waren 22,75 uur over onverharde wegen door de bergen. Was mij afgeraden in het regenseizoen, maar uiteindelijk is alles meegevallen. Godzijdank heeft het niet geregend.
Mijn grootste probleem was dat ik na Andahuaylas naast een evangelist zat. Dat is nu al de tweede keer dat ik dat tegenkom. Ze beginnen zo typisch met een onschuldige vraag over uw geloof. Als dat dan gene vetten blijkt te zijn, zijn ze vertrokken. Tzijn echte cultuurterroristen. Mijnen eersten, was er ene die de weinige, afgescheiden culturen die er nog bestaan in de Amazone wilde evangeliseren. Hij zei ook dat Afrikanen beesten waren, ge moet juist zoiets tegen mij zeggen. Degene waar ik nu naast zat, was evenmin voor rede vatbaar. "Neen, niet alle godsdiensten zijn gelijkaardig, Allah is toch niet aan het kruis gestorven?" Tja, als je het zo bekijkt... Ik zit nog liever in een bus vol Jehova's dan naast enen evangelist. Gelukkig bestaat er nog zoiets als een mp3-speler om u af te schermen. Let op, twas gene kwalijke vent, hij beloofde op het einde zelfs nog voor mij te bidden.

Ik kwam savonds aan in Ayacucho. Bizar Sara hier nu aan te treffen, aan de andere kant van de wereld.

19 januari

Sara had net vandaag haar verhuis richting San Miguel gepland. Dat is een dorpje 3 uur verder waar zij een project zal opstarten. Geen probleem, leek me zeer interessant en ik kon wat helpen bij de verhuis. Onze collectivo had net geen laadrek op zijn dak, dus Sara moest 3 zetels afhuren voor haar gerief, zo gaat een verhuis hier.

San Miguel bleek een prachtig dorpje te zijn in de bergen. Heel rustig en proper. Sara was er al verschillende keren geweest om alles te plannen. Ze moet alles zelf regelen. Kamer voor haarzelf, therapielokaal, reclame maken bij de mensen,... leuke uitdaging. Op de dorpsradio verschijnt op het einde van de week de aankondiging dat ze volgende week maandag start in een spotje, zo gaat dat hier. Bedoeling is dat gehandicapte kinderen uit San Miguel en de dorpjes errond bij Sara terecht kunnen voor revalidatie.
We spendeerden de namiddag met allerlei klusjes. Gerief dat nog gekocht moest worden, kamer kuisen, watergevecht nadat ik aangevallen werd door lokale meisjes. We wilden het bed afhalen bij de timmerman, maar dat was nog niet klaar. Aan de telefoon had hij smorgens nochtans gezegd dat het klaar was, zo gaat dat hier.
Savonds nog Sara's nieuwe stulpje ingezegend, compleet met offer aan Pacha Mama zoals dat hier gaat. (altijd eerste enkele druppels op de grond strooien)20 januari

O wee o wee, onze Jugo de Tumbes (milkshake van Tumbes, een soort passievrucht) mislukt. Melk in brik is hier niet te vinden en ne vent beloofde een liter verse melk apart te houden. Toen Sara er om ging, bleek dit niet gebeurd te zijn. Super toch, je kan hier vanalles beloven zonder je erna iets van te moeten aan trekken...

We wandelden naar een waterval. Prachtige natuur hier en de waterval bleek nog een ferm ding te zijn. Eronder staan was pijnlijk door de kracht en de koude van het water.
Ondertussen is het nieuws van Sara's definitieve komst al rondgegaan. Ze wordt door vele mensen aangesproken, ze is al een bekende dorpsfiguur. Een vrouwtje kwam uit een dorpje op een half uur met haar zoontje, waarschijnlijk speciaal voor Sara. Prachtig dat zij hoop en toekomst kan geven aan de mensen. Om 16u neem ik terug collectivo richting Ayacucho. Had graag langer gebleven, maar tijd is in mijn laatste 10 dagen een vrij hardnekkige vijand.

21 januari

Alweer een marathonrit vandaag (en morgen). Smorgens neem ik om 8u30 bus van Ayacucho naar Lima. Prachtige rit. We vertrekken tussen de andestoppen, dalen af door de higlands richting vruchtbare vlakten en vervolgens de woestijn. Zoveel verschillende landschappen in 10 uur tijd.Om 18u30 komen we aan. Ik moet naar het noorden van Peru, Tumbes. Vandaaruit wil ik dan Ecuador binnen. Ik hoor dat er iets verder een maatschappij is met een bus om 18u30. Ik leg een spurtje, erop rekenend dat de bus wel met vertraging zal vertrekken. En ja, ik zie hem maar hij vertrekt. Ik loop er langs, al mijn bagage op rug en buik en maar kloppen. Potver, de *** wil nie opendoen. Dan sta ik daar midden de straat, vol zweet. Haha, had me goe belachelijk gemaakt.

Geen bussen meer naar Tumbes die nacht. Dan maar om 20u bus naar Piura genomen en vandaaruit loopt een weg naar een andere grensovergang. Al bij al goeie meevaller, want een veel veiligere grensovergang.

22 januari

Na ritje van 15 uur sta ik in Piura om 11u30. Om 13u is er een bus naar Loja in Ecuador. Heb niet genoeg soles meer, gelukkig kan ik met de kassierster gelukkig maken met enkele dollars. Daardoor had ik nog juist genoeg geld om te gaan eten. Ne vriendelijke vent wilde mij iets laten proeven, een soort sap. Toen ik wilde betalen, bleek dat hij ook mijn eten betaald had.

Joehoe, had daardoor nog geld voor nen Jet. Een dag in Peru zonder nen Jet, das nen dag nie goe geleefd. Nen Jet is ne simpele frisco, maar met een of ander revolutionair recept. Help, enkele Lamborghini cremekarrekes. Da zijn de rode, de vijand van de gele. Op het nipperke komt dan toch nen D'Anafria crememan. "Jet , slimme zet !'', roep hij en ik geef hem gelijk.Onderweg mindere landschappen deze keer, dus mij maar bezig gehouden met ezels bekijken. Eerst ene gezien in een mototaxi. Hilarisch hoe ze het arme beest vervoerden. Verderop hoorde ik plots DONK en dan EEEIIIY onze bus remde. Bleek dat Fernand en Rosanne, 2 ezels het spelleke gespeeld hadden van 'zo lang mogelijk voor het busje blijven staan'. Fernand had gewonnen, hij had er wel een pijnlijke trochanter major aan overgehouden en onze bus had een licht minder. Een ezel stoot zich geen 2 keer aan dezelfde bus en Fernand mankte dus verder.

Vlotjes terug Ecuador binnengeraakt en we kwamen om 21u aan in Loja. In totaal 34 uur gebust, maar alles vlot voorbij gevlogen.
Ik heb nu nog een weekje Ecuador. Had eigenlijk meer gewild, maar beetje lang blijven plakken in Bolivie. Zonde. Om mij te haasten in mijn laatste week heb ik ook geen zin, dus veel zal ik niet zien van Ecuador. De 29ste ga ik omhoog in Quito, de 30ste land ik in Amsterdam.

Tot binnenkort!

Grz Hans

zaterdag 10 januari 2009

Sobreviviendo Bolivia: potverdriedubbeltjes! Toppie joppie!

Hola amigos, bamos!

2 januari

Vroeg opgestaan voor bezoek aan de ruines van Tihuanacu. Geluk gehad en op een bus kunnen springen die al aan het rijden was. De Tihuanacu-cultuur is eigenlijk een veel grotere cultuur geweest dan bv de inca's, maar ze zijn wel minder bekend. Bekendst zijn ze voor hun grote monolieten. Ze hebben beelden van 8m hoog uit 1 stuk. Zo'n steentje weegt 40 ton. Ongelooflijk hoe ze dat hier kregen als je weet dat de dichtsbije bron van die soort steen op 30km ligt.

De ruines waren wel mooi, maar nu ook niet spectaculair. Vooral leuk dat ik bijna gans de site voor mij alleen had. (mijn hollandse reisgezellen hadden ook voorkeur gegeven aan dagje shoppen. Zij waren blij dat ze van de ruines gespaard bleven, ik blij dat ik van het shoppen gespaard ben gebleven)

Savonds heel gezellig. Mijn hostal zit vol Fransen en savonds was het Frans troef op het dakterras. Eentje had gitaar. Zalig om weg te dromen met onder de lichtjes van La Paz met Brel en Mano Solo op den achtergrond.

3 januari

Vandaag afdaling van 'de gevaarlijkste weg ter wereld' gedaan. De weg is 3-4m breed, onverhard en ernaast constant een kaarsrechte ravijn. De weg is in de jaren '80 verkozen tot gevaarlijkste weg ter wereld door een Amerikaanse verzekeringsmaatschappij of zo. Om even te schetsen: in een bepaald jaar gingen 26 voertuigen de ravijn in, bij 1 ongeluk alleen al vielen 100 doden. Ondertussen is er een nieuwe vervangingsweg. Er is nog steeds verkeer op de weg, maar veel minder. Backpackers op mountainbikes vervangen nu de overladen bussen.

Onze trip startte in op La Cumbre, op 4700m. Voor maar liefst 64km konden we naar beneden bollen, richting Coroico op 1100m. Een hoogteverschil van 3600m, van tussen de besneeuwde andestoppen naar de Yungas, groene jungle die de overgang vormt naar de Amazone. Op La Cumbre zaten we in de wolken. De eerste 20km waren op asfalt op een brede weg. Redelijk chill dus, enkel vrachtwagens inhalen was spectaculair. Maar dan begon het. Rechtsaf op een wegske de jungle in. Twas barslecht weer. Je zag bijna niets, nog steeds in de wolken. Die afdaling is de grootste kick die ik gedaan heb in mijn leven. Aan 50-60-70 per uur afdalen, onder jou een wegske van aarde en stenen, naast je op 2m een gapende ravijn en kruisjes, boven jou overhangende jungle en watervalletjes en op jou snot, modder en regen. Geen ravijn van 20m, wel eentje van 1km. Als ge derin vliegt nog tijd voor 2 weesgegroetjes en een onzevader. Enerzijds zonde dat we weinig van het landschap zagen, anderzijds kon je zo meer je ogen op de weg houden en waren de weersomstandigheden op en top 'flandrien'.
Eens beneden werden we opgepikt door ons busje. Die volgt normaal maar kon vandaag niet passeren door een landverschuiving, waar wij gelukkig wel te voet over konden. Ook teruggeraken in La Paz was niet evident. Eerst bolivianen moeten helpen die vastzaten in een modderstroom, dan andere weg moeten nemen door de bergen. Ook door was het plots file bij een riviertje die massas stenen had meegesleurd. De kraan was al aan het ruimen en even later ploeterden we met het busje door het water. De terugweg klaarde het weer op en zagen we nog enkele landschappen die we smorgens jammergenoeg hadden moeten missen.


4 januari

Vandaag trok ik met Marly en Sanne richting de Amazone, naar Rurrenabaque. We hadden de bus om 11u die met een uurtje vertraging vertrok. We zaten achteraan, boven de achterbanden dus waar alle schokken dubbel tellen. 18 uur door berg en bos, waarvan 15 uur onverhard, alvast spektakel verzekerd.
Op een weg als deze gelden ook speciale regels. Net als de 'death road' van gistern daal je af uit de Andes richting de jungle van de Yungas. De weg is meestal te smal om te kruisen. Kruisen is vaak een gans gedoe, maar het gebeurt voorzichting en hoffelijk, 2 zaken die hier elders niet bestaan in het verkeer. Vaak moet de ene achteruit, de copiloot moet uitstappen en bekijkt het zaakje om vervolgens te kruisen. De ene op 5 cm van de rotswand, de andere op 6 cm van het ravijn. Degene die klimt neemt altijd de ravijnkant, want die heeft een beter zicht op de weg. Rechts of links rijden telt hier dus niet.
Iedereen die je tegenkomt die het al gedaan heeft, kan er niet over zwijgen. Zeker nu, in het regenseizoen, hoorde ik van vertragingen tot 30 uur. 2 Australiers zeiden dat ze gratis van 'boompje kap' en 'modderstroompje schep' hadden mogen spelen. Onze busrit beviel me wonderwel. Snachts redelijk kunnen slapen, kmocht zelfs een stukje van het dekentje van mijn buurvrouw hebben, ooh... Af en toe vleig je een meter de lucht in van uw zetel. In paniek schiet je wakker, je ziet niets en je denkt da je de ravijn in vliegt. Het duurt zo 1 seconde voor je beseft dat alles ok is, eigenlijk wel grappig.

Minder ok was de dag ervoor geweest. (remember het slechte weer op onze mountainbike gisteren) In het slechte weer waren 2 bussen gesneuveld. Eentje weggeglibberd op een recht, plat stuk en gekanteld. Een andere de ravijn in en gelukkig 20m lager opgevangen door de bomen, slechts 5 doden. Godzijdank was onze rit volledig droog en kwamen we om kwart voor zeven aan in Rurre, na 19 uurtjes.

5 januari

Niet lang stil gezeten toen we uit de bus stapten en meteen een 'pampas tour' geboekt. We waren vulling van de jeep, das altijd een sterke positie om af te dingen. De 2 Ieren die ook op de bus zaten betaalden 650 bolivianos voor 3 dagen, wij uiteindelijk 400. (40 euro)

De pampas, dat is grasland dat als overstromingsgebied dienst doet voor de vele rivieren. Minder spectaculair landschap dan het regenwoud, maar veel beter om wildlife te spotten. We vlogen om 9 uur de jeep in voor 3 uur. Ons groepke bestond uit ons drieen, 2 Ieren, 2 Australiers en 1 Amerikaanse. Twas een tof bendeke. Rond de middag dan het bootje in richting ons basiskamp. Het boottochtje was alsdoor een zoo. Krokodillen, kaaimannen, schildpadden, apen en vogels stonden mooi te paraderen langs het riviertje. Ook de grootste ratachtige ter wereld gezien, raar en zeld zaam ding. En tenslotte ontdekt dat er zoiets als roze rivierdolfijnen bestaan, ook zeldzaam.


Savonds deden we met ons bootje uitstap naar de 'sunset bar' Alle andere agentschappen hebben hun kampen in de buurt en komen er ook. Gezellig internationaal pintje drinken bij zonsondergang.

6 januari

Tweede dag van de driedaagse. Rond 6 uur werden we gewekt door een bende brulapen. Onvoorstelbaar wat een leven die kunnen maken. Smorgens tsjoolden we met onze botten door de pampa's. Wel vervelend dat botten eerder in een waterreservoir veranderen als het water kniehoog komt. We zochten de anaconda's die je in dit gebied kunt zien. Das de grootste slang ter wereld, ze kunnen krokodillen opeten. (check youtube) Die dingen kunnen tot 8m worden. Onze gids vertelde dat in een dorpje eens een vrouwtje werd opgegeten door deze lieve slang. Of het waar is, geen idee. We zagen wel een cobra, de gids probeerde hem te pakken en raakte in een kort maar krachtig gevecht verwikkeld. Spectaculair maar na enkele seconden verdween de slang pijlvlug in het water, waarbij ze mijne rechter op 10 cm passeerde. Potverdriedubbeltjes, zegt de opa van Marly dan.

Smiddags terug bootje in en rivierdolfijnen spotten. In het filmke mis ik ze 2 keer, maar de derde keer zie je hoe ze walvisachtig ademen. Vervolgens ook gezwommen. 'Je zwemt met de dolfijnen' zegt de gids dan. Ja oke, in de buurt van mss, maar met. Ook grappig hoe een ander bootje 50m verder op piranha's aan het vissen was, maar tkon echt geen kwaad zei meneer gids...


En savonds: sunset bar! Toppie joppie, zeggen de hollandse meiden dan.

7 januari

Smorgensvroeg om 5u30 om zonsopgang te spotten vanop de river. Kon beter, we hadden teveel wolken, meer mug dan zon gezien. Wel heerlijk om zonder de motor rond te drijven. De vogels zongen een liedje en ook de apen waren weer van de partij.


Vervolgens smorgens ook nog op piranhas gevist. Geen enkele gevangen, wel eentje gezien van onze collega's. Vervolgens chillen in de hangmatten, ideaal einde voor de driedaagse. Was mooi en leuk maar wel hoog 'toerist-zit-in-het-bootje'-gehalte. Kga liever zelf op ontdekking, maar dit is hier jammer genoeg niet mogelijk.

Smiddags terug naar de weg, op 2 uur varen. Op de terugreis met de jeep stopten we in een dorpje, Reyes. Daar waren er toevallig jaarlijkse dorpsfeesten. Ze hadden tribunes getimmerd en er waren stierengevechten. Zot om te zien. Een stuk of 5 mannen, allemaal strontzat, probeerden een soort trofee van tussen zijn horens te pakken. Heb er daar eentje de lucht in zien vliegen, amai kvond het al straf dat hij nog rechtkroop. Kdurfde bijna nie kijkn maar de menigte ging uit de bol. Brood en spelen! Uiteindelijk won de degene die mij nog het meest zat leek, het leverde hem 100 dollar en eeuwige roem op. Ook stierenrijden deden ze, hier in het echt en niet op een plastieken ding zoals bij ons.
Savonds in Rurrenabaque nog gewandeld en naar een uitkijkpunt voor de sunset over de amazone. Prachtig. Pintje gedronken met 2 Australiers en ik vertelde hen van de stierengevechten. Ze waren er de dag ervoor ook gepassseerd en hadden meegedaan. Ze gaven toe dat ze ook eentje op hadden, zotjes.

8 januari

Zonde dat ik al vandaag vertrok uit Rurre. Echt leuke, relaxte plek bij 35 graden. Heerlijk om enkele dagen te hangmatten maar ik moet voortmaken. Tijd en geld, 2 grootste vijanden van elke reiziger. Smorgens vlug nog eens gewandeld in de jungle rond Rurre, kort maar krachtig.
Om 11u opnieuw de legendarische busrit aangevat. Afscheid genomen van Sanne en Marly na 2 bijna 2 weken samen. Jammer, maar zij hadden meer tijd. Ik schakel eventjes een ferme versnelling omhoog richting Cuzco, Peru.

Deze keer klaarden we de klus richting La Paz veel sneller en opnieuw geluk gehad met het weer. Om 5u30 smorgens stond ik er de volgende dag, na 17 uur hobbelen.

9 januari

In La Paz 3 uur moeten wachten en hopla, opnieuw de bus op voor 12 uur. Vlotjes de grens overgegeraakt en savonds aangekomen in Cuzco. Moe maar voldaan.


Wordt vervolgd.

Grz Hans

donderdag 1 januari 2009

Prospero año!

Ola

25 december

Na slapend mijn kerst gevierd te hebben, vroeg uit mijn bedje. Zoveel mogelijk gewicht achtergelaten in hotel om enkele dagen te gaan trekken in de Cordillera de los Frailes, een hoopje bergen hier nabij Sucre. Daar leven de Jalqa, indigina's die hun cultuur heel sterk bewaard hebben.

Het openbaar vervoer was in de camion. Ongeveer een uur moeten wachten tot de camion vol was, zelfs varkens hebben bij ons meer rechten en comfort qua transport. Wachten was heel boeiend, ik speelde 'indiginatje bekijken'. Vooral het toiletgebeuren rond de camion was hilarisch. Rok beetje wijd, hurken en hoplaba. Piesen gebeurt op 10m van de camion, voor een negerke deden ze toch nog de moeite om 30 weg te lopen. Papier? Nie gezien... Nu ja, gelukkig waren er ook nog andere dingen te zien.

De camion brulde zich uiteindelijk in gang. 70 indiaantjes en 1 witten cowboy. Na een half uurke begon het te regenen. Joepie. Na een kwartier stopt de camion en haalt de chauffeur een zeil uit, als iedereen al nat is... Ik zit vooraan op een balk en kon het zeil beetje opheffen om te kijken. Wat ik te zien kreeg was een beetje angstaanjagend. De weg is onverhard, aarde dus. Gezien de chemische formule aarde + water ook hier modder oplevert, ploeterden we door een modderpoel met daarlangs de afgrond. Vond ik wel avontuurlijk, maar misschien iets te. Af en toe stoppen om stenen die op de weg gespoeld waren te ruimen en dan verder ploeteren, haarspeldbocht in en uit.
Na een tijdje vraagt mijn buurman: 'Moest jij niet naar Chataquila?' "Inderdaad, lieve man", zeg ik. 'Ewel, tis om te zeggen dat we daar net gepasseerd zijn.' Godverderoddegodver!!! Dan maar volgende dorp afgestapt, Chaunacas. Vandaaruit de wandeling gedaan die ik wilde doen, maar in omgekeerde richting naar Chataquila. Moest dan wel gans den trot terugkeren. Nu ja, das dubbel zoveel wandelplezier voor tzelfde geld e. Gelukkig waren de wolken aan de andere kant van de bergen blijven steken, hier geen regen.
Het pad was 'pre-hispaniaans' of te simpeler gezegd een pad dat er nog lag van de inca's, 500 jaar oud. Na 4 uur was ik terug in Chaunacas, waar een kerstvoetbaltornooike was. Ik gaf enkele hints om mee te kunnen doen, zonder succes. Hostelleke of zo was er niet, slapen kon in het informatiecentrum. Daar lag ik dan in een dorpke van 250 man, op een matras in een huisje waarvan de deur dicht moest door een krant tussen de deur te steken.

26 december

Crimineel vroeg opgestaan, om 5u30. Jaja, reizen tis geen lachtertje. Ik wou veel tijd hebben in de klaren, voor moest het 'een beetje' fout lopen. Moest een riviertje over richting Maragua. In het regenseizoen kan je er niet over, maar ik wilde niet luisteren. Het water kwam op navelniveau bij hen. Net iets boven mijn knieën dus, dacht ik. Ik daalde af naar het riviertje en ik werd stil. Da ding zag er van in de verte ok uit, maar bleek redelijk kolkend dingetje te zijn. Kwas rap veranderd van gedacht.Dan maar teruggekeerd naar het dorp en naar alternatief geinformeerd. Ik kon Maragua bereiken via een ommetoer. In Socapampa was er een brugje. Geen andere keus dus. Het bleek een prachtig wegje te zijn. 4 uur wandelen in een gebied, onbereikbaar voor auto en eletriek. Kzou een beetje lyrisch kunnen doen maar kzal het proberen te beperken tot 1 zin. De aarde kleurde achtereenvolgens groen, rood, oranje, geel, paars, prachtig. Langs watervallen en door moerasjes, dat alles in een concert van vogelgezang en eucalyptusgeur. Dju, 2 zinnen. Maragua is een dorp dat in een immense krater ligt. Ooit moet daar een ferme steen gevallen zijn of iets anders. Hele rare 'wanden', als bloemblaadjes omcirkelden ze de kratervallei. In Maragua op het dorpspleintje gevraagd of ik iets te eten kon kopen. Winkeltjes waren er niet, laat staan een restaurant of Mc Donalds. Ik mocht mee naar mevrouwtjes huisje en voor 50 cent kreeg ik een gigantisch bord soep waarin vanalles ronddreef. In Maragua hebben ze ook een typische maissoep, waarin ze hete stenen gooien en die geven dan een soort smaak. Deze soep had mevrouwtje echter niet.

Ging normaal in een dorpje op 1 km van Maragua slapen, maar omdat ik nog een ganse middag had besloten mijn tocht van morgen al te doen, das een dag gewonnen. Die ging naar Potolo, met een zij-uitstapje naar Ninu Mayu, waar er dinosaurusvoetstappen liggen. In de mij aangewezen richting beginnen stappen, uit de krater klimmend. Duidelijke paden waren er niet en de weg vragen was soms moeilijk, omdat velen enkel Quechua spreken. Gevolg: verloren gelopen. Ik probeerde richting te houden zonder paden. Probleem, kloof hier en aardverschuiving daar: altijd terugkeren en anders proberen. Kaart en kompas waren handig geweest. Na een 1,5 uur kon een herdersmeisje mij toch de rotsen aanwijzen in het dal waar de dinosaurussporen waren. Had echter teveel tijd verloren en wilde in de klaren in Potolo geraken. Ninu Mayu links laten liggen, was blij dat ik eindelijk wist waar het pad lag. Daarenboven nog een fossiel gekregen van de meiske.Om 17u30 aangekomen in Potolo, 1 uur voor het donker. Joepie. Ik zie op het dorpspleintje 2 witte meiskes. Tzijn belgische en ik heb het gevoel dat ik ene nog gezien heb. Na wat zoeken blijkt dat we samen BTC-cursus hebben gevolgd in september. Ze had me toen verteld dat ze in Bolivie ging werken en nu loop ik haar hier tegen het lijf, in het hol van pluto dan nog. 1 familie heeft een kamer boven hun huisje met 2 bedden. De meisjes in het ene, ik in het andere en we spraken of het zo te houden. Voor de tweede nacht op rij slaping voor 1 euro.

27 december

Teruggekeerd naar Sucre met camion om 9u. Alle transport in de Jalqa regio is rond deze periode. We kruisen dus verschillende andere camions. 3 keer wordt er bij het kruisen gegooid met ik weet niet wat naar elkaar. Mijn buurman vangde iets eten-achtig op met zijn gezicht. Lieve mensen, die Bolivianen.Rond de middag terug in Sucre. Eten in de centrale markthal, de topattractie volgens mij in Sucre. Middag internettend doorgebracht en om 19u bus genomen naar Cochabamba, een uur of 10 verder.

28 december

Na een vlotte rit kom ik om 5u40 aan in Cochabamba. Verderop in de stad vertrokken er om 6u bussen naar Toro Toro. Ideaal dus, was net op tijd. Toro Toro is 138km verder, goed voor 7u bus. Mooie gemiddelde snelheid van 20km per uur dus, kwist op voorhand dat het dus wel een spektakelweg zou worden.
Mijn vermoeden bleek te kloppen. Hobbel de bobbel door een canon en af en toe door zijriviertje dat de canon binnenloopt. Ongelooflijk waar die bussen hier overal over moeten.
Rond Toro Toro ligt het nationaal park van Toro Toro, vooral bekend omdat het er vol dinosaurussporen ligt. Smiddags om 15u vertrokken voor bezoek aan grotten met 2 Hollandse meiden die ik tegen het lijf gelopen was, Marly en Sanne. Eigenlijk te laat om te vertrekken, maar we hoorden dat de dag erop 400 scouts van over gans de wereld de grotten gingen bezoeken en zoveel gezelschap zagen we niet zitten.

Bezoek aan de grot was spectaculair. Geen grot met verlichting en paadjes en zo. Afdalen met touw en van de ene naar de andere zaal kruipen door gaatjes en gangetjes waar de iets bredere medemens simpelweg niet door zou kunnen. De stalagmieten en tieten waren prachtig. Na een uur hadden mijn batterijen er genoeg van. Natuurlijk niks van reserve voorzien door onze 16-jarige gids Eber, maar voor 2,5 euro kun je nu ook niet zoveel professionalisme verwachten. Resultaat: 2 mooie builen en veel vliegende vogeltjes gezien rond mijn hoofd. Na een uur of 2 terug uit de grot geraakt en dan nog 8km door het donker terug naar Toro Toro.
29 december
Vandaag opnieuw op pad met den Eber, nu voor een tocht naar El Vergel. Veel dinosaurussporen tegengekomen. Dat houdt dus in dat er versteende voetstappen te zien zijn, crazy als je bedenkt dat die soms van 100 miljoen jaar geleden zijn. Hele mooie wandeling met een natuurlijke stenen brug, watervallen, uitzicht over de canon en veel gezever met Sanne en Marly. Ze kunnen er een twa van. Onder andere nieuwe toeristische attractie bedacht: El Buro Boraccio. Ik bespaar u de inhoud.
30 december
Om 6u bus terug naar Cochabamba. Het had gans de nacht geregend. De weg was al goed opgedroogd, gelukkig geen nieuwe moddertocht. Wel waren de riviertjes waar we door moesten ferm gezwollen. Eentje een beetje heel veel. De chauffeur stopte en bestudeerde het zaakje. Als hij er al niet gerust op was, moet je niet vragen hoe gerust ik er op was. Maar ze gingen het proberen. Met de bus door een riviertje met sterke stroom, waarom niet. De middengang, die vol mensen stond moest uitstappen en via de stenen over de rivier. Sanne, Marly en ik stapten ook uit, we zaten liever niet in die bus. Spannend toen de bs vertrok. Eventjes een hapering om over een steen te geraken maar de bus spoelde niet weg. Jeeha! Probleemke, de rivier stond te hoog en we konden er niet over via de stenen. Ondertussen stond de bus wel al aan de overkant vaneigens. Gelukkig kwam er net een camion aan. Wij presten ons met een man of 30 erbij, in een camion die al propvol zat. Man man, je had die toestanden moeten zien. De bus had het gekund en een camion is nog sterker, dus was er wel gerust op.
Nog 2 keer mogen uitstappen voor een doortocht van een riviertje, maar niet zo extreem. Wel 10 keer gevreesd dat de bus zou kantelen, maar alles ok. Minder ok was het oude ventje dat bij ons op de middengang zat. En maar kotsen en roggelen, ai ai. Nog een lekke band gehad maar al bij al toch in Cochabamba geraakt na een onvergetelijke rit.
In Cochabamba visum voor Bolivie verlengd en dan naar Jezus geweest. Op een heuvel staat hij hier uit te kijken over de stad, beetje zoals den Cristo in Rio de Janeiro. Die is 33m hoog omdat Jezus 33 jaar heeft geleefd. Hier is hij iets hoger dan 33m. Hij heeft 33 jaar en een paar dagen geleefd, leggen ze het uit. Tja...
In Cochabamba deed ik een telefoontje in een call centre voor 1,6 bolivianos. Ik betaalde met een briefje van 10. Den uitbater had vaneigens geen wisselgeld (hij had dus geen 84 eurocent!), dat is hier een dagelijks probleem. Daar waar de winkelier dan normaalgezien eventjes op zoek gaat naar geld bij zijn buur of zo, weigerde deze en werd kwaad. Hij pakte mijn 10 bolivianos en weigerde wisselgeld te geven. Het zaakje liep mooi uit de hand. Kwerd ook kwaad en probeerde mijn geld terug te pakken. Stond hij daar plots voor mij met een deegrol in de lucht. Beetje zoals in de strips, hilarisch. Dan maar politiepatrouille tegengehouden en meneer werkte plots meer mee.
31 december
Na een nachtje in 1 van de goorste alojamientos die ik ooit gezien heb bus genomen naar La Paz voor nieuwjaar. Prachtige busrit door de bergen en de altiplano. Leuk was dat mevrouw indiaan in sliep viel en dat haar kippen ontsnapten. Liepen er plots 2 kippen rond in de bus. Mooi is ook de handel die altijd rond de bus gedreven wordt als die stilstaat. Nieuwe bussen zijn echter hoger en dus gaat het handeltje soms moeilijk. Het eten wordt dan letterlijk binnengegooid, geld vliegt naar beneden en wisselgeld vliegt terug in de bus in een plastiek zakje.
Blij dat ik in La Paz geraakt ben voor om oudejaar te vieren. Voor de derde keer arriveer ik in Hostal Cactus, met de zalige Blanca die er werkt. Tis hier een beetje mijn thuis.
Met Sanne en Marly gaan eten, mijn oudejaarsmaal was lasagna van lama. Dan naar Loki Hostel geweest, een groot backpackerskot met cafe en al. Zalig om er 2 Australische en 2 Britten tegen het lijf te lopen. Had die mannen al een maand nie meer gezien. Feestje begon beetje saai, beetje Amerikaans-achtig, maar heb me later wel ferm geamuseerd. Na 12 uur met Sanne, Marly en een Argentijnse companie naar de Mongo's club geweest tot de vroege uurtjes. Twas een goe begin van het nieuwe jaar.
Nog enkele leuke gewoontes hier met nieuwjaar. De mensen vieren ook in familie. Ze eten gans de avond niet tot 12 uur, dan is het varken. Om 12 uur doen ze ook verschillende dingen voor een jaar vol geluk. Als je geen probleem wil hebben tijdens het reizen, loop je een toerke van den blok met een valies. Wil je veel geld, dan doen ze iets met fake papieren papier. Zo zijn er nog enkele dingen, maar kan er niet opkomen.
1 januari
Pas smiddags wakker geworden. Dagje rondgewandeld in La Paz en naar El Alto geweest. Das een voorstad van La Paz vanwaaruit je een prachtig zicht hebt over de stad in de diepte. La Paz is echt tof, ik kan er nie genoeg van krijgen. Twas wel kalm vandaag. Leuk is dat de schoenpoetsers er hier uitzien als terroristen met een muts waar enkel hun ogen zichtbaar zijn en een pet er ver over getrokken. Dat omdat ze niet herkend willen worden terwijl ze hun minderwaardige job doen. Ook leuk zijn de hoedjes van de vrouwen hier. Magritte-achtige potten die wonderwel blijven staan op hun hoofd.
Voila, we zijn er weer. Rest mij nog een gelukkig nieuwjaar te wensen. Prospero año!

woensdag 24 december 2008

Jugo de tumbes,mmm

Hola

19 december

Rond de middag kwamen we aan in Uyuni, na onze jeepvierdaagske. Nora en Sara verlieten de mannen, zij vieren kerst in Argentinie. Samen met Toon en Olle wilde ik naar Potosi gaan. Potverdikke, alle bussen naar Potosi vertrokken pas om 18u30 savonds.

Dan maar een wandelingetje gedaan naar een ‘treinkerkhof’ net buiten Uyuni. Bleek verdorie nog de moeite te zijn. Heel rare sfeer en ongelooflijk hoeveel treinen er stonden te roesten.

Uiteindelijk dan savonds de bus op naar Potosi. Slecht 208km ver, maar wel 6 uur bobbelen over onverharde wegen door de bergen. Reken de gemiddelde snelheid maar eens uit. (voor de luieriken: 35km/u) Snachts rond 12u30 aangekomen in Potosi, er zijn leukere uren om aan te komen.

20 december

Potosi is een stad met een rijke geschiedenis, door de aanwezigheid van Cerro Rico. Dat is een berg die vol zilver en andere mineralen zit.

Smiddags de mijnen bezocht. Die worden nog gerund zoals in de koloniale tijd, honderden jaren geleden. Dat wil zeggen: erbarmelijke omstandigheden. Als je in de mijn gaat werken, heb je normaalgezien nog 10 á 15 jaar te leven vooraleer je longetjes het begeven onder de giftige dampen of onder een instortende mijngang.
Het bezoek startte beneden de berg met een verkleedpartij en een bezoek aan een mijnwinkeltje. Daar colabladeren en limonade gekocht, als offer voor meneer de mijnwerker. Ook niets minder dan dynamiet gekocht. Dit is hier de enige plaats ter wereld waar je gewoon legaal langs de straat een staaf kan kopen. Demonstraties zijn verboden voor toeristen, maar op simpel verzoek dan weer niet meer verboden, haha.

(tussendoor: de mijnwerkers draaien op colabladeren. Toen de katholieke Spanjaarden hier 500 jaar geleden toekwamen werd hen dit verboden want Jezus had dit niet graag. Toen bleek dat de mijnwerkers echter geen meter meer vooruit geraakten in de mijn, mochten we toch opnieuw, mits betalen van taks aan de paus...)

Het begon te regenen en donderen, grijs en vuil weer dus. Dat pastte bij de omgeving en de sfeer. We gingen de mijn in en kwamen al vlug bij Jezus. Daar werden colabladeren geofferd. De gids, een ex-mijnwerker vroeg om veiligheid, veel mineralen en hoge mineraalprijzen op de markt in Londen. Vervolgens 1 verdiep afgedaald in de mijn en toen kwamen we bij de duivel terecht. Het is zo dat de mijnwerkers geloven dat in de grond den duivel heerst. Hier werden opnieuw colabladeren geofferd maar daarmee alleen is den duivel niet content. Hij kent het goe leven. Hij kreeg een sigaret in de mond en een drankje van 96 procent alcohol, alstublieft. Enkele druppels op de grond, eventjes nippen en dan uw borst ineen voelen schrompelen. Miauwkes.

Vervolgens verder afgedaald tot -7. De gids legde het systeem uit. Ze werken hier nog zoals in de middeleeuwen. Door stukjes gekropen waar ik als halve claustrofoob geen fan van was, maar alles ok.

Het was zaterdag en daarom weinig mijnwerkers aan het werk. We kwamen geen tegen, jammer want zo is het toch moeilijker om een realistisch beeld van het werk te krijgen, maar toch maakte het bezoek sowieso al indruk. Wel 2 keer dynamietexplosie gehoord verderop in den berg, dus enkelen waren elders bezig. Eens terug buiten demonstratie gekregen van dynamietexplosie, amai mijne wrak. Gans Potosi kon meegenieten.

21 december


Smorgens vertrok Toon terug richting Belgie en de Zweed naar Santa Cruz. Terug 'soltero' dus. Ochtendwandeling door het mooie koloniale Potosi en nationaal munthuis bezocht. Heel interessant om te zien hoe ze uit het zilver munten maakten. Enige overblijvende machine ter wereld uit die tijd om zilver te persen, 2 verdiepen groot, op onderste verdiep aangedreven door muilezels. Ze hadden ook mooie schilderijen, waaronder enkele vlaamse. Hierna nog museumke van een zilversmid bezocht. Op de foto zijn ze koeiekoppen aan het kappen, gewoon op den betonnen vloer. Mjammie hammie.

Smiddags busje naar Betanzos genomen. Een boerengat, ik wist niet eens of er een hotel zou zijn. Het was er echter marktdag en wilde wel een authentiek marktje van 'campesinos' op het platteland zien. Was een meevaller, was enige gringo tussen al die mensen in hun traditionele, kleurrijke kleren. Ik heb er een camion afkomstig uit Meulebeke gezien. (waar de helft van mijn stamboom ligt) De prijzen waren zalig. Om een idee te geven. Ik sliep in een bed (hum hum) voor 1,5 euro en had zwaar avondmaal voor 0,5 euro.

In de buurt waren er rotsschilderingen. Beetje rondgevraagd hoe ik dat kon vinden en Amelia wilde mij gidsen. Een meisje die chicha verkocht, een soort lokaal maisbier dat vreselijk smaakt. Bleek dat ze boter bij de vis wilde. Geen probleem, ik bood haar voor een halve dag evenveel als ze die dag had verdiend. (2 euro) Was niet genoeg voor haar en dan maar 'gracias vo de moeite' gezegd.

22 december

Smorgens vroeg vertrokken voor een wandeling naar de rotsschilderijen. Wist dat ze ongeveer 4 km veraf waren en telkens richting gevraagd aan de mensen die ik tegenkwam. Beetje zitten sukkelen in de velden, sommigen spraken enkel Quechua en mijn Quechua is niet zo fameus. Na een uur of twee wandelen en 'triatlonees klimmen' (geleerd in Marokko: nie peisen, recht naar boven) de rotswand gevonden. Er bleken meer hartjes en '...was here' dingen op die wand te staan dan prehistorische toestanden. Toch enkele kronkelingskes en krabbels gevonden die wel prehistorisch zouden kunnen zijn. Echter, de wandeling op zich was zeker de moeite. We klaagden dus niet.Smiddags dan willen vertrekken naar Sucre, 100 km verder. Aan de grote weg wachten op bussen die vanuit Potosi die passeerden. Probleemke: in 1,5 uur passeerden slechts 3 bussen die alledrie al stampvol zaten. Dan maar beginnen liften. Samen met Javier en Nelson werd ik opgepikt door een lege camion. We mochten gratis mee als we hielpen laden, iets verderop. No problemo. Na 20 km stopten we langs de weg om te laden. Nee, geen patatten of zo, wel een jeep. Had geen idee hoe we dat konden laden maar dat kwam wel in orde zeiden ze mij. We moesten de jeep duwen, maar dat ging nie goe. Dan hielp de eigenaar maar, zijn zoontje van 12 moest sturen. We duwden hem tot hij vanzelf de berg kon afrollen naar een simpel laadsysteem. De camion staat gewoon voor een soort oprit, 1m lager waardoor we de jeep er gewoon in konden duwen.

Vervolgens nog 80km gehobbeld door de bergen. Die jeep wikkelde als ne zot, maar de banden bleven waar ze stonden. Maar goed, want geplet worden vind ik niet leuk.

23 december

Dagje opt gemak. Smorgens genoten van mijn ontbijt in de markt. Beneden heb je alle groenten, vleeswaren en zoveel meer. Zalig zijn de heerlijke sappen en milkshakes die ze voor je persen. 2 glazen voor 30 eurocent. Ook standjes met mousses en gelatines van vanalles voor 10 cent. Voor de liefhebbers: al eens gelatine van koeienpoot geprobeerd? Ik nie, maar het bestaat hier wel. Boven kun je vanalles warm eten, met uitzicht op de markt beneden. Ook de duiven zitten boven op de balken, boven het stuk van de beenhouwers. Hygienisch? Mja, aan de witte strepen op de balken te zien nie echt...

Gans mijne morgen al etende doorgebracht. Gazetje lezen en ook hier kan ook niet ontsnappen aan Yves en zijn avonturen. Eerste punt bij buitenlands nieuws. Smiddags rondgewandeld in Sucre-city. Mooi, allemaal witte gebouwen. Wist je trouwens dat Sucre de hoofdstad is van Bolivie en niet La Paz zoals wij denken. La Paz is enkel waar de regering zit.Sucre is al iets anders dan de andere steden. Minder indigina's, dus meer mooie meiskes. Meevaller. Ook zijn ze hier al minder fan van Evo Morales, eerste indigina-president. Indigina's zijn altijd al onderdrukt geweest, dus dat is wel een prestatie van den Evo. In de bergen is hij overal populair, hier echter al minder. Enkele rijkere regio's willen onafhankelijkheid, tiens waar hebben we dat nog gehoord.

In de namiddag ook beginnen zoeken naar een organisatie om vrijwilliger te spelen met kerstavond. Iemand had me voorgesteld dat te doen in een organisatie in Cochabamba, maar ben daar niet geraakt. In Sucre zullen er ook wel straatkinderen en wezen zijn, dacht ik, en internet bevestigde dat. Na een uur of 2 zoeken dat tehuis gevonden en mevrouw de non vond het prima dat ik morgen een handje ging toesteken voor kerst.

Savonds nog nen Paceña gaan drinken. Niet veel speciaal maar wel leuk om te zien wat de barman deed. Hij pakte een dreupelglas, goot een teugske uit aan de voordeur en vervolgens in zijn kassa. Een offer aan Pacha Mama, das moeder aarde van bij het incageloof. Heb gezegd dat hij de volgende keer een geutje in mijn mond mocht doen ook. In het terugwandelen kruiste ik het centrale plein. Ongelooflijk hoeveel indiginavrouwtjes daar de nacht doorbrengen met hun kindjes.

24 december

Smorgens een uur te laat toegekomen bij hogar 'Tata San Juan De Dios' want juist microbus genomen, maar verkeerde richting. Ik had al wat activiteiten in mijn gedachten om te doen met die bengels. Wat bleek tot mijn grote verbazing: twas een babycreche! Potverdikke, tegenvaller. Ik zat op de plaats voor achtergelaten babytjes tot 2 jaar. Die organisatie had ook bengels, maar die zaten elders. Heb me toch geamuseerd. Tatata spelen, koelie koelie doen en zo. Ook eten geven en zelfs ne pamper ververst. Na de voormiddag had ik het toch wel gezien. Heb er nen draai aangegeven en weg was ik.

Mijn middag dan doorgebracht zoals gisteren. Vooral eten en uitproberen op de markt dus.De fruitmilkshakes vergeet ik nooit. Mijne favoriet: jugo de tumbes. Gemaakt van onrijpe, vreemd uitziende passievruchten. Ook de fuitsalades met yoghurt en creme fraiche moet je hier meegemaakt hebben. Ook nog wandelingske gedaan naar uitzichtpunt en kerkhof. Bijna iedereen ligt hier in een muur. Als je er op let valt het ook op hoe kort de mensen hier leven.

Met kerst loopt de stad hier vol campesinos. Dat zijn de indiginas van op het platteland. Ze komen hier omdat er met kerst verschillende acties zijn voor arme mensen. Een beetje à la Sint Maarten, ge zou ze moeten zien rondcrossen en frettenMijne kerst wordt nen eenzamen. Snif snif. Nog vergeten dat ik hier eigenlijk iemand kende. Den Jamie van bij Lake Titicaca, maar is nu te laat om hem te bereiken. Zal straks in bedje kruipen en in dromenland kerst vieren. Morgen om 6u eruit. Met de camion ga ik de bergen in voor een dag of 3, mijn bagage mag ik achterlaten in het hostel. Hopelijk gebeuren er deze keer geen rare dingen mee. (ik denk namelijk dat ik zo mijn 40 euro ben gewisseld in 40 papieren euro's, zie vroeger)

Ale, aan iedereen een feliz navidad!

Hans